Spraak-taalproblemen 0-4 jaar

Vanaf de geboorte is er sprake van communicatie tussen het kind en de mensen in zijn omgeving. Aanvankelijk is dat op heel eenvoudige wijze: naar elkaar kijken, voelen (bijvoorbeeld bij het wassen en verschonen) en ruiken. Huilen en lachen zijn ook manieren om te communiceren. Oppakken, troosten of toezingen gebruiken volwassenen om als het ware antwoord te geven aan hun kind. Op deze manier leert een kind al heel vroeg wat communiceren betekent: signalen geven, antwoorden en daar weer op reageren.

Indien een kind om wat voor reden dan ook moeite heeft met de verschillende aspecten uit de periode van de beginnende communicatie (het maken van klanken, manieren om te communiceren, taalbegrip of het maken van de eerste woordjes) kan logopedie ingeschakeld worden (preverbale logopedie). De logopedist zal een inventarisatie maken aan de hand van observatieformulieren of testen van de problemen. Bijvoorbeeld welke communicatieve functies het kind gebruikt en welke nog niet. Daarna zal er een plan gemaakt worden om deze functies te stimuleren. Dat zal dan altijd in spelvorm gaan, waarbij de ouders een belangrijke rol spelen. Zij zullen adviezen en spelletjes aangereikt krijgen om de communicatie te bevorderen. Ditzelfde kan gelden voor het begrijpen van de taal of het maken van woordjes. Er zijn verschillende methodes die hiervoor gebruikt kunnen worden. Een voorbeeld daarvan is het HanenĀ©-programma.

De behandeling vindt, n.a.v. een verwijzing van een arts, meestal in de praktijk plaats.

Meer informatie over de beginnende spraak-taalontwikkeling kunt u vinden op de sites: www.prelogopedie.nl of www.NVLF.nl .